Doelgroep

Lees-, schrijf- en rekenstoornissen

Hierbij treden problemen op met lezen, spellen of rekenen (dyslexie, dysorthografie en dyscalculie) terwijl er toch sprake is van een normale intelligentie.

Taalontwikkelingsstoornissen

De taalontwikkeling kan een afwijkend of vertraagd verloop kennen. De stoornis treft zowel de ontwikkeling van de taalvorm (vervoegingen, verbuigingen en zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) als het taalgebruik. Problemen met taal kunnen zijn: verkeerde zinsstructuren bouwen, te weinig woorden kennen, woordvormen niet goed gebruiken (vb. 'gebijt' i.p.v. 'gebeten'), taal niet goed begrijpen,...

Articulatieproblemen

Het gaat hier over problemen waarbij spraakklanken niet of verkeerd uitgesproken worden. Het kan zowel om een weglating, vervanging of vervorming gaan. Veel voorkomende articulatieproblemen zijn het lispelen en het niet kunnen uitspreken van de /r/.

Stemstoornissen

Door verkeerd stemgebruik (foutieve stemgeving) of stemmisbruik (veelvuldig roepen) kunnen de stembanden beschadigd raken en krijgt men een schorre of hese stem. Er kunnen zich dan knobbeltjes op de stembanden (zie foto) ontwikkelen. In bepaalde gevallen is logopedie alleen voldoende om deze problemen op te lossen. In andere gevallen wordt de logopedische behanding gecombineerd met een operatie door de NKO-arts.

Nogal wat beroepssprekers (leerkrachten) krijgen in hun loopbaan te maken met stemstoornissen. De logopediste leert de correcte ademtechniek en stemgedrag aan.

Een ander stemprobleem hebben mensen bij wie vanwege kanker het strottenhoofd is verwijderd. De logopediste leert de patiƫnt weer spreken met een stemprothese.

stembandknobbeltjes

Afwijkend mondgedrag

Er bestaat een duidelijk verband tussen mondgewoonten en articulatie. Afwijkend mondgedrag, zoals duimzuigen, mondademenen en een infantiel slikpatroon resulteert vaak in een spraakstoornis. Er is ook een verband tussen gebitsafwijkingen en afwijkende mondgewoonten. Kinderen met een open beet ten gevolge van een infantiel slikpatroon (zie foto) worden door de tandarts of orthodontist eerst doorverwezen naar een logopediste vooraleer de gebitsafwijking wordt behandeld.

open beet

Stotteren

Stotteren is een stoornis in het vloeiende verloop van de spreekbeweging. Bij stotteren treden zowel inwendige als uitwendige verschijnselen op. De uitwendige verschijnselen bestaan uit (snelle) herhalingen van lettergrepen of klanken (bv. "f...f...f...film"), verlengingen (bv. "ffffffilm") of blokkeringen (bv. "___film"). Onder inwendige verschijnselen verstaat men de negatieve emotionele en cognitieve reacties op spreeksituaties die vaak optreden. Deze kunnen resulteren in spreekangst of vermijdingsgedrag.

Afasie

Afasie is een verworven taalstoornis ten gevolge van een hersenletsel. Er kunnen stoornissen voorkomen in het begrijpen en/of het uiten van zowel gesproken als geschreven taal. Er bestaan verschillende soorten afasie. Iemand met afasie heeft moeite om zijn gedachten in taal om te zetten. Als hij begrippen weet, weet hij soms niet de naam van het begrip (woordvindingsstoornis). Hij zegt dan niets of een woord dat hij niet bedoelde.

Dysartrie

Er is een zwakte, incoƶrdinatie of verlamming van de spraakspieren door een aandoening in het zenuwstelstel. Het spreken kan slechter verstaanbaar zijn, omdat het moeilijker is geworden, om de tong en lippen goed te laten bewegen. Vaak zijn er ook problemen met het kauwen en vooral het slikken. Er is sneller sprake van verslikken. Daarnaast kan er minder gevoel in de mond en het gezicht aanwezig zijn.

Dysfagie

Dysfagie is een slikstoornis als gevolg van een anatomische afwijking (tumor,...) of neurologische stoornis (trombose, MS, ziekte van Parkinson,...). Tijdens de therapie worden er aanwijzigingen en adviezen gegeven omtrent o.a. de eet- en/of drinkhouding en kunnen ondersteunende materialen worden gebruikt.